Ondersteboven in de zetel

Gepubliceerd op 15 september 2024 om 17:44

Zo een grote rieten zetel die als kamp of verstopplaats diende in mijn kinderjaren met daarin donkerbruine dikke kussens waarin je zachtjes kon wegzakken. Dan lag ik met mijn beentjes omhoog tegen de rugleuning en hoofd onderaan, naar het witte plafond turend, ondersteboven te zingen. Mijn kleine ik fabriceerde een eigen taaltje uit aantrekkelijke klanken tot beide broers met plagerij deze kunst onderbraken. Taal zijn klanken die het gevoel bepalen dat erbij opgewekt wordt.

De herinnering leert me dat ik graag zing. Zangeres worden zat niet in het lijstje van mogelijke toekomst-invulling. Muziek bleef wel deel uitmaken van mijn jeugdjaren. Ik maakte gebruik van de snelle leercapaciteit als kind om een viool mooi te laten klinken. Telkens weer stonden de haartjes in mijn jonge nek recht bij het spelen van ‘Dances with Wolves’ met het orkest tijdens het jaarlijkse nieuwjaarsconcert. Maar je eigen zang begeleiden met viool is moeilijk. De keuze als kind gebeurt niet doordacht, in die jaren waren de dwarsfluitisten ‘in’.

Op gevorderde volwassen leeftijd leer ik, weliswaar met meer moeite dan een kind, gitaar. Op de tonen die ik non-stop hoor onder mijn kruin wil ik iets vertellen met woordkunst. Latijn leerde me structuur te zien in taal en helpt om met woorden te puzzelen. Stapsgewijs zing ik verhalen en inzichten waarvan ik hoop dat ze iets betekenen voor zij die willen luisteren. Het duurde even voor ik deze weg van ontlading vond. Vergeeld papier met zelfgeschreven noten en tekst uit de tijd van Hautekiet op Studio Brussel en de rode record-knop om een specifiek liedje te vast te houden, bewijst dat het al in me zat. Niet alles wat je leert is helpend voor wie je bent. Aangeleerde muziektheorie blokkeerde wat ik hoorde in mijn hoofd te reproduceren. Ik maakte me ervan los door goed te luisteren wat er binnenin leeft, mijn intuïtie te volgen en te doen. Met een beetje durf ontstaan er mooie dingen van binnenuit. Het eerste liedje creëerde ik op een ‘songwriting’ kamp waar ik me prompt voor inschreef. Een hele week liedjes schrijven in opdracht. Een vorm van schrijven waarbij muziek de aanzet geeft tot verhaal, poëzie, mantra en de gepaste sfeer tot leven brengt. De teksten die ontluiken staan verrassend op zichzelf.

Ondersteboven in de zetel zingen leidde bij ontplooiing van de eerste rimpels tot het vinden van mezelf. Misschien moet ik het nog eens uitproberen, wie weet wat volgt er. Of ik schrijf er een liedje over.